GRATIS verzending in Nederland & Belgie vanaf €50

Je huid verandert. Maar wat gebeurt er eigenlijk ónder de huid?

Je huid verandert. Maar wat gebeurt er eigenlijk ónder de huid?

Van hormonen en menopauze tot collageen, celenergie en ‘zombiecellen’: huidveroudering begint veel dieper dan bij een rimpel.

Misschien herken je het. Je hebt jarenlang ongeveer dezelfde huid gehad en ineens lijkt ze zich anders te gedragen. Ze voelt droger, reageert sneller, verliest wat stevigheid of die frisse uitstraling die er vroeger vanzelf leek te zijn. Pigmentvlekjes worden zichtbaarder, lijntjes blijven langer staan en producten waar je huid altijd goed op reageerde lijken ineens minder te doen. Bij vrouwen zien we dit vaak duidelijk rondom de perimenopauze en menopauze. En dat is niet toevallig. Hormonen zijn slechts één deel van het verhaal. Want terwijl wij aan de buitenkant kijken naar droogte, rimpeltjes, pigment en verslapping, vindt er onder het huidoppervlak een veel complexer biologisch proces plaats.

De menopauze kan huidveroudering ineens zichtbaarder maken

Tijdens de perimenopauze beginnen hormoonspiegels te fluctueren. Uiteindelijk neemt onder andere de hoeveelheid oestrogeen af. Oestrogeen speelt ook in de huid een rol. Het is betrokken bij processen rondom onder meer collageen, huiddikte, vochtbalans, talgproductie, doorbloeding en herstel. Wanneer de hormonale omgeving verandert, verandert daarom ook de manier waarop de huid functioneert.

Dat kan zich uiten in een huid die:

  • droger of trekkeriger aanvoelt;
  • sneller gevoelig of rood wordt;
  • minder stevig en elastisch lijkt;
  • fijner en dunner wordt;
  • minder snel herstelt;
  • meer pigmentverschillen laat zien;
  • haar vertrouwde glow verliest.

Soms lijkt het daardoor alsof huidveroudering ineens in een stroomversnelling komt. Maar wat je in de spiegel ziet, is eigenlijk het eindresultaat van veranderingen die veel dieper in de huid plaatsvinden.

En mannen dan?

We praten rondom huidveroudering vaak over vrouwen. Zeker wanneer de menopauze ter sprake komt. Maar de belangrijkste biologische processen van veroudering zijn natuurlijk niet uitsluitend vrouwelijk.

Ook in de mannenhuid veranderen met het ouder worden de activiteit en communicatie van cellen, de kwaliteit van de extracellulaire matrix, de energiehuishouding en het vermogen om schade te herstellen. Ook mannen krijgen te maken met oxidatieve belasting en een toenemende aanwezigheid van senescente cellen.

Het verschil is onder andere dat mannen niet dezelfde relatief abrupte hormonale overgang van de menopauze doormaken. Hormonale veranderingen verlopen bij hen doorgaans geleidelijker.

We worden dus allemaal ouder op celniveau. Bij vrouwen kan de menopauze een aantal van die veranderingen in een relatief korte periode extra zichtbaar maken.

Een rimpel begint niet bij de rimpel

We zijn gewend om huidveroudering te beschrijven aan de hand van wat we zien: een rimpel, een pigmentvlek, droogte, grotere poriën of verlies van stevigheid. Maar voor ons als huidprofessionals is een veel interessantere vraag: waardoor is die verandering ontstaan?

Een stevige huid is namelijk afhankelijk van een heel netwerk van cellen en structuren die voortdurend met elkaar communiceren. In de lederhuid bevinden zich onder andere fibroblasten. Deze cellen spelen een belangrijke rol bij de opbouw en het onderhoud van de extracellulaire matrix: het netwerk waarin onder andere collageen, elastine en andere structuren aanwezig zijn. Met het ouder worden verandert dat systeem. De productie en afbraak van matrixcomponenten raken anders in balans, fibroblasten functioneren anders en de organisatie van het ondersteunende netwerk kan veranderen. Het gevolg zien wij uiteindelijk aan de buitenkant: minder veerkracht, een andere huidstructuur en lijnen die duidelijker zichtbaar blijven.

Maar ook dát is nog maar één stukje van de puzzel.

Een huidcel heeft energie nodig

Een huidcel moet voortdurend werk verrichten. Ze moet stoffen produceren, communiceren, zich vernieuwen, schade herstellen en reageren op signalen uit haar omgeving. Daarvoor is energie nodig. Een groot deel van die cellulaire energie wordt geproduceerd in de mitochondriën – kleine structuren in onze cellen die je enigszins kunt zien als energiecentrales. Naarmate we ouder worden, kan de werking van mitochondriën veranderen. Tegelijkertijd verandert ook de manier waarop cellen voedingsstoffen en energiesignalen waarnemen en verwerken. Een stof die daarbij in wetenschappelijk onderzoek veel aandacht krijgt, is NAD+. Deze molecuul is betrokken bij verschillende processen rondom energiehuishouding en celonderhoud. De beschikbaarheid en stofwisseling van NAD+ veranderen met de leeftijd. Dat betekent overigens niet dat we een huid simpelweg “jong kunnen maken” door één stof toe te voegen. Biologische veroudering bestaat uit veel processen die elkaar beïnvloeden.

En juist dát maakt huidveroudering zo interessant.

En dan zijn er nog de… zombiecellen

De naam klinkt bijna alsof hij uit een film komt, maar zombiecel is een populaire benaming voor iets wat in de wetenschap cellulaire senescentie heet. Wanneer een cel beschadigd raakt of veel stress heeft ondergaan, kan zij in een toestand terechtkomen waarin zij stopt met delen. Dat is oorspronkelijk een belangrijk beschermingsmechanisme: een beschadigde cel moet zich niet onbeperkt blijven vermenigvuldigen. Normaal gesproken kunnen zulke cellen worden opgeruimd. Maar naarmate we ouder worden, kunnen senescente cellen zich in weefsels ophopen. En hier wordt het interessant: zo'n cel is niet dood. Hij deelt zich niet meer, maar kan nog wel biologisch actief zijn en signaalstoffen afgeven aan zijn omgeving. Een deel daarvan wordt in de wetenschap aangeduid als het SASP – het senescence-associated secretory phenotype.

Die stoffen kunnen invloed hebben op omliggende cellen en het weefselmilieu. Daarom wordt cellulaire senescentie intensief onderzocht als een van de mechanismen die een rol spelen bij biologische veroudering, óók in de huid.

Een ‘oude’ cel staat dus niet volledig stil. Hij kan zijn omgeving mee beïnvloeden.

Dat is een heel andere manier om naar huidveroudering te kijken dan alleen naar het rimpeltje dat we uiteindelijk zien.

Huidveroudering is een netwerk van veranderingen

Wetenschappers beschrijven veroudering daarom steeds vaker aan de hand van verschillende onderling verbonden biologische processen, de zogenaamde Hallmarks of Aging. Daarbij wordt onder andere gekeken naar veranderingen in DNA en genregulatie, mitochondriale functie, cellulaire senescentie, eiwitonderhoud, stamcelfunctie, communicatie tussen cellen en de manier waarop cellen voedingsstoffen en energie waarnemen. Je hoeft al die termen natuurlijk niet te onthouden. Wat wél belangrijk is om te begrijpen:

huidveroudering heeft nooit maar één oorzaak.

En daarom geloven wij ook niet zo in één wondercrème, één werkstof of één behandeling die “anti-aging” voor iedereen zou oplossen.

Epigenetica: je genen zijn niet het hele verhaal

Nog een interessant onderdeel daarvan is epigenetica.

Je DNA kun je zien als de informatie die een cel bij zich draagt. Maar niet alle genetische informatie wordt op ieder moment op dezelfde manier gebruikt. Via epigenetische mechanismen kan de activiteit van bepaalde genen worden beïnvloed zonder dat de DNA-code zelf verandert. Leeftijd speelt daarbij een rol, maar ook omgevingsfactoren kunnen invloed hebben op biologische processen in de huid. Denk aan UV-straling, roken, luchtvervuiling, voeding, slaap en langdurige stress. Dat betekent niet dat we volledige controle hebben over hoe onze huid ouder wordt. Genetica en tijd blijven natuurlijk belangrijke factoren. Maar het betekent wél dat huidveroudering dynamischer is dan vroeger vaak werd gedacht.

Daarom heeft een veranderende huid niet automatisch méér nodig

Dit vind ik misschien wel een van de belangrijkste inzichten. Wanneer een huid minder stevig wordt of minder straalt, is de reflex al snel: meer doen. Sterkere peelings. Meer exfoliëren. Hogere percentages. Intensiever behandelen. Maar een huid die biologisch verandert, heeft niet per definitie behoefte aan méér prikkels. Soms juist aan een slimmere combinatie van stimuleren én ondersteunen. Daarom kijken wij bij huidverjonging onder andere naar de conditie van de huidbarrière, vochtbalans, doorbloeding en zuurstoftoevoer, de extracellulaire matrix en collageenstructuren, en het herstelvermogen van de huid. Pas daarna bepalen we waar stimulatie zinvol is. Want een huid die voortdurend bezig is zich te verdedigen en herstellen, kun je niet onbeperkt blijven uitdagen en tegelijkertijd verwachten dat ze optimaal functioneert.

Niet vechten tegen leeftijd, maar werken mét de biologie van de huid

Voor ons betekent huidverjonging daarom niet dat een huid van 50 eruit zou moeten zien als een huid van 25. Integendeel. Een ouder wordende huid heeft een andere biologie. En daar mag de verzorging en behandeling in meegroeien. We willen de huid ondersteunen in wat ze zelf nog steeds heel goed kan: herstellen, vernieuwen, communiceren en zich aanpassen. Soms betekent dat stimuleren. Soms beschermen. Soms herstellen. En soms juist even minder doen.

Beautiful skin has no age. Only biology.

En misschien is dát wel de belangrijkste verandering in hoe we tegenwoordig naar huidveroudering kijken: niet alleen behandelen wat we aan de buitenkant zien, maar proberen te begrijpen wat er aan de binnenkant verandert.


Heidy's huidtip

Merk je dat je huid de laatste jaren duidelijk is veranderd? Blijf dan niet automatisch dezelfde routine intensiveren omdat die vroeger goed werkte. Een veranderende huid vraagt soms om een andere strategie. Kijk eerst naar de conditie en behoefte van de huid en bepaal daarna pas welke producten, werkstoffen en behandelingen daarbij passen.

Your skin has changed. Has your skincare?

Liefs, Heidy

 

https://heidy.nl/blogs/heidy-huidblog/exfolieren-waarom-sterker-niet-automatisch-beter-is

https://heidy.nl/blogs/heidy-huidblog/je-gezicht-liegt-nooit-maar-waarom-eigenlijk

https://heidy.nl/blogs/heidy-huidblog/%F0%9F%92%A1-de-kracht-van-licht

Vorig artikel

Laat een reactie achter

Opgelet, opmerkingen moeten worden goedgekeurd alvorens zij worden gepubliceerd